Gemeenten die de luchtkwaliteit lokaal goed in beeld willen krijgen, lopen vaak tegen de grenzen van het landelijk meetnet aan. Voor Helmond ligt het dichtstbijzijnde representatieve meetpunt voor stoffen als NO2 en fijnstof in Eindhoven of Vredepeel. Uiteindelijk is dat te ver van Helmond zelf om iets zinnigs te kunnen zeggen. Sinds 2023 vult de gemeente dit gat op met een extra databron: maandelijkse satellietmetingen van de luchtkwaliteit, gecombineerd met grondmetingen en een slim ontwikkeld AI model.
Herkomst en toepassing van de data
De satellietmetingen kwamen niet via een aanbesteding, maar via een schenking: oud-burgemeester Fons Jacobs won de data tijdens een congres en droeg ze over aan de gemeente. Met een bijdrage vanuit het Schone Lucht Akkoord kreeg dit initiatief in 2023 een structureel vervolg. Sindsdien gebruikt Helmond de beelden om te zien waar de concentraties fijnstof en stikstofdioxide boven de stad hoger of lager liggen, en hoe die zich verspreiden.
Meerwaarde ten opzichte van bestaande meetmethoden
Het belangrijkste verschil met de GCN-concentratiekaarten van het RIVM zit in de actualiteit en de lokaliteit. Die kaarten geven een jaargemiddelde; de satellietdata wordt maandelijks bijgewerkt. Daardoor worden seizoensgebonden pieken in de concentratie zichtbaar, ook wanneer het jaargemiddelde binnen de norm blijft.
De satellietbeelden vervangen geen bestaande meetmethode, maar worden ernaast gebruikt. Helmond toetst de eigen data aan het Landelijk Meetnet en combineert dit met lokale initiatieven zoals Helmond Meetnet en het Innovatieve Meetnet van de Regio Zuidoost-Brabant.
Vervolgstappen
Helmond onderzoekt de komende jaren of satellietdata te combineren is met andere databronnen, om onderscheid te maken tussen algemene achtergrondvervuiling en vervuiling die specifiek uit de stad zelf komt. Verkeer is daarbij al aangewezen als belangrijke factor. Daarnaast wil de gemeente in kaart brengen of wijken met grotere gezondheidsverschillen ook structureel te maken hebben met een slechtere luchtkwaliteit, om toekomstige maatregelen gerichter te kunnen inzetten.
De rol van satellietdata bij Caeli
Bij Caeli zien we in de aanpak van Helmond een herkenbare ontwikkeling: gemeenten hebben behoefte aan lokale, feitelijke data die de beperkte dekking van het landelijk meetnet aanvult. Onze Air Quality Monitor is daarop gebouwd. Satellietgegevens worden gecombineerd met geavanceerde algoritmes tot luchtkwaliteitsdata met hoge ruimtelijke precisie, direct te toetsen aan de richtlijnen van de WHO en de EU. Zo kunnen gemeenten net als Helmond onderbouwde keuzes maken over waar maatregelen het hardst nodig zijn.
Wetenschappelijke validatie met hoge betrouwbaarheid
Omdat dit soort beleidsbeslissingen om betrouwbare cijfers vraagt, hebben we ons onderliggende model, Argus-AQM, uitgebreid extern gevalideerd. Daarbij zijn de modelschattingen voor stikstofdioxide (NO2) getoetst aan meer dan 240.000 metingen van 3.616 officiële meetstations door heel Europa, over de periode 2019 tot begin 2026. Om te voorkomen dat het model zichzelf zou “bevoordelen”, zijn hele regio’s tijdens de validatie buiten de trainingsdata gehouden. Het model moest de luchtkwaliteit dus voorspellen op plekken die het nog niet kende. Dit gehele rapport is bij ons beschikbaar en we gaan daar graag met jullie over in gesprek.
Uit die validatie haalt het model voor Nederland een R² van 0,85 en de laagste foutmarge van alle onderzochte Europese landen (3,07 µg/m³). Deze cijfers laten zien dat satellietgebaseerde schattingen, mits goed gevalideerd, een betrouwbare aanvulling vormen op fysieke meetstations. Dat is precies de rol die de data nu ook in Helmond vervult.
Wilt u weten hoe satellietgebaseerde monitoring ook voor uw gemeente inzicht kan bieden? Neem gerust contact op met Martin Smit, martin@caeli.nl of 06-55772285.
Bron:



